Skip to main content

Integraties en beheer

Onder beheer vallen de onderdelen die minder zichtbaar zijn voor gasten, maar cruciaal zijn voor betrouwbare operatie: gebruikers, companies, instellingen, usage en integratiemonitoring.

Wat valt hieronder?

  • gebruikers en toegangsrollen
  • companies en bredere organisatorische instellingen
  • operational usage
  • integratiemonitoring en health checks

Concreet gaat het binnen Management ook om:

  • Users
  • Companies
  • MCP Connect
  • Events & Emitters
  • Integrations Monitor
  • Operational Usage
  • Settings

Management Settings in gewone taal

De settingspagina is niet een losse restcategorie, maar een bundeling van belangrijke beleidsblokken:

  • General voor branding, support en locale-instellingen
  • Notifications voor operator- en systeemmeldingen
  • Security voor sessies, wachtwoorden en toegangsbeveiliging
  • Chat voor operatorrouting en berichtgedrag
  • Video Calls voor callgrenzen en kwaliteit
  • Data & Retention voor bewaartermijnen, exports en webhooks
  • PMS voor integratie- en platformcontext

Wanneer is dit relevant?

Gebruik deze onderdelen wanneer:

  • een teamlid toegang nodig heeft of juist te veel ziet
  • een integratie niet doet wat verwacht wordt
  • je gebruik, limieten of operationele status wilt controleren

MCP Connect als apart beheervlak

Hoewel MCP Connect in de managementnavigatie valt, verdient het een eigen uitleg omdat het niet alleen een instelling is maar een apart toegangsmodel voor externe AI-clients.

Gebruik daarvoor de aparte gids MCP Connect.

Praktische richtlijn

Als een feature technisch lijkt te falen, kijk dan niet alleen naar de featurepagina zelf. Controleer ook:

  • of de juiste gebruiker of rol in beeld is
  • of de integratie actief en gezond is
  • of er bredere beheerinstellingen meespelen

Zo gebruik je deze module in de praktijk

  1. Controleer eerst of een issue feature-specifiek is of breder in beheer of integraties zit.
  2. Kijk daarna naar gebruikersrol, company- of venuecontext en integratiestatus.
  3. Bevestig dat de relevante verbinding of beheerinstelling actief is.
  4. Ga pas daarna terug naar de featuremodule zelf voor verdere support.

Gerelateerde onderwerpen